Stroomgeld

Geld moet niet rollen, geld moet stromen. Met ‘”’stroomgeld”’’ vergroot je de omzetsnelheid van geld, en daarmee werkgelegenheid, duurzaamheid en [[samenlevenskunst]].

stroomgeldgrafiek-500

‘Stroomgeld’ is een ander woord voor vertragingsrente of ‘demurrage’. Demurage is een woord dat teruggaat naar de praktijk van de spoorwegen om een vergoeding te berekenen voor het laten stilstaan van een treinwagon. In de scheepvaart wordt voor te lang stillingende schepen ook ‘overliggeld’ berekend.

De rente of interest in ons huidige geldsysteem heeft last van [[renterot]] en bevordert het oppotten van geld. Dit gaat ten koste van zaken zoals werkgelegenheid. Stel dat je nou eens voor dat je ”’negatieve rente”’ hebt over je spaartegoed.

Als je bijvoorbeeld elke maand 1% van jouw geldtegoed in een Algemeen Fonds stroomt kan je met dat Algemeen Fonds collectieve projecten ontwikkelen voor het algemeen belang. Het Algemeen Fonds kan bijvoorbeeld met instemming van het collectief een nieuwe school bouwen, een mooi park realiseren, een bruisend cultureel centrum leven inblazen of een prachtig stuk natuur in ere herstellen.

Omdat jouw geldtegoed langzaam in een Algemeen Fonds sijpelt krijg je de neiging het sneller weer uit te geven. Dat resulteert automatisch weer werk (en inkomsten) voor anderen.

Je kan het vergelijken met een poreus vat waar jouw geld in zit. Hoe groter jouw tegoed, hoe meer geld er het Algemeen Fonds instroomt, des te meer er voor het algemeen belang van de gemeenschap gedaan kan worden.

Op een gegeven moment kan je zoveel Algemeen Fonds verzameld hebben dat je kan besluiten voortijdig je belastingen te betalen.

Zo kan je met stroomgeld elke euro, elke florijn, elke dollar, elke yen tienvoudig meer werkgelegenheid scheppen dan met “normaal” geld.

De juiste toepassing van stroomgeld kan een depressie, recessie of financiële crisis in een paar weken oplossen!

Stroomgeld is een van de kenmerken van een geldsysteem dat samenwerking bevordert en onderdeel van een monetaire formalisaring van de traditie om elkaar te helpen, zoals die bijna in alle traditionele samenlevingen is ingebouwd.

Stroomgeld vervangt transactiekosten die de ingebouwde prikkel hebben om handel te ontmoedigen.

Als er een tijdgerelateerde vertraging in het systeem is ingebouwd, zal elke deelnemer automatisch een gemotiveerde verkoper van het stelsel worden.

Het is heel eenvoudig om een kleine, voortdurende, tijdgerelateerde vergoeding te rekenen op alleen de tegoeden of op alle rekeningstanden (tegoeden en schulden) op de lijst. Een vergoeding van 1% per maand blijkt in de meest gevallen praktisch te zijn. Ook een vergoeding per dag of per uur behoort zeker tot de mogelijkheden. Experimenteer met deze variabelen voor een goede afstemming. Deze vertragingsrente wordt ook wel ‘duurzaamheidsvergoeding’ genoemd.

De Egyptische farao’s gebruikten vroeger al [[stroomgeld]]. Dit was het geheim van de opmerkelijke stabiliteit van het Egyptische geldstelsel. Het zorgde voor ”’meer dan duizend jaar economische stabiliteit en overvloed”’.

Auteur: Martien van Steenbergen

Wise Fool

24 gedachten over “Stroomgeld”

  1. Hoi Martien, volgens mij blijft het ook in dit voorbeeld (erg boeiend trouwens!) een kwestie van de intentie van mensen die al of niet gericht is op overvloed en het geheel/algemeen belang. Denk je niet?

  2. Ja en nee. Intentie speelt een belangrijke rol. Echter de architectuur en het ontwerp van een systeem dwingt bepaald gedrag af, ondanks de intentie.

    Dus het is zaak om met de juiste intentie een systeem te ontwerpen en ontwikkelen.

    De baas van een schip is niet de kapitein maar de ontwerper of architect. Dus het ontwerp van een geldstelsel bepaalt 90% van alle beslissingen om wel of niet te investeren. Kortom, systeemontwerp definieert voorbestemming.

    Zie http://aardbron.nl/heel-onze-aarde-met-geld/.

  3. Wat mij irriteert aan geldmakers is dat zij invloed willen uitoefenen op de manier waarop dat geld wordt gebruikt. Met het corrupte wettig betaalmiddel als referentie is vanzelfsprekend elk ander systeem oneindig veel beter en rechtvaardiger. Maar goed genoeg is natuurlijk nooit goed genoeg.

    Een motivatie om me met geldverstrekking bezig te houden is dat ik van mening ben dat iedereen recht heeft op optimaal geld. Nogal essentiële kwaliteit van geld is de waardevastheid. Het is juist die sluipende waardeverandering die het geld steeds in handen drijft van profiteurs. Gewoon zelf je geld bewaren is geen optie omdat het dan inflateert. Daarom moet je het wel aan een bank uitlenen. Of anderzijds ‘je geld aan het werk zetten’.

    Als hout krimpt of uitzet noemt men dat ook werken. Maar geld kan natuurlijk nooit werken. Als geld toch op miraculeuze wijze groeit, dan is er altijd iemand anders die geld verliest. Heel veel grotere verliezen omdat de financiële instelling die deze legale plunderacties regelen daar het liefste zelf nog tien keer zoveel aan ‘verdienen’.

    De schadelijkheid van rente verandert niet door het principe om te draaien in de vorm van vertragingsrente. Vertragingsrente is nog steeds rente. De eigenaar wordt aangespoord om zijn geld uit handen te geven. Door het bijvoorbeeld te investeren of vooruit te betalen.

    In het geval van een complementaire economie heeft vertragingsrente overduidelijk zeer aantrekkelijke voordelen. Deze voordelen manifesteren zich vooral tijdens een crisis. Het heeft bewezen een stilgevallen economie heel snel weer aan de gang te krijgen. Maar in een stabiele situatie is die opstuwende werking op de zelfde manier irritant als de dwanggroei van schuldgeld.

    Een voordeel zou zijn dat er veel minder geld nodig is omdat het sneller circuleert. Dat mag dan zo zijn, deze redenatie gaat uit van schaarste. Schaarste is juist het vervelende van schuldgeld. In een goed geldsysteem is er geen geldschaarste. Dan is er altijd een optimale hoeveelheid geld in omloop om de gewenste economische activiteiten te kunnen afrekenen.

    Vertragingsrente dient ervoor om oppotten tegen te gaan. Waarom mogen mensen niet sparen?

    Er zijn natuurlijk allerlei systemen te bedenken met ruilmiddelen voor allerlei specifieke bestedingen zoals bijvoorbeeld zorg. De totale impact van al die netwerken zou enorm worden versterkt als ze allemaal aan elkaar worden gekoppeld middels een overkoepelend gratis ruilsysteem waarin alle verschillende eenheden, waaronder euro, kosteloos tegen elkaar kunnen worden omgewisseld tegen marktgereguleerde koersen.

    Vanuit deze visie zie ik geen toegevoegde waarde in het opsplitsen van de geldfuncties betaalmiddel en spaarmiddel. Uiteraard moeten er wel speciale spaarproducten worden ontwikkeld voor de complementaire economie, maar dat hoeft nog niet te betekenen dat de spaarfunctie uit het betaalmiddel moet worden gesloopt.

    Ergens vermoed ik dat de belangstelling voor vertragingsrente door de systeemontwerpers stiekem ook een klein beetje opportunistisch is gemotiveerd. Vertragingsrente impliceert een snellere groei van een nieuw netwerk. Het lijkt mij duidelijk dat groei geen centraal doel mag zijn. Geldverbeteraars dienen zich volledig te richten op een optimale situatie. Alle eigenschappen van het geld moeten erop gericht zijn om die ideale situatie te continueren.

    De vraag hoe je een nieuw netwerk van de grond af aan kunt laten groeien tot de gewenste schaal is een heel ander probleem. Concessies aan het systeem om het snel genoeg te kunnen laten groeien zijn natuurlijk uitstekend verdedigbaar maar moeten wel duidelijk als zodanig worden benoemd en niet worden verward met het ideaal. Dan is er ook duidelijkheid over wanneer deze tijdelijke maatregelen weer kunnen worden opgeheven.

    Georges Plat

  4. Hoi Georges,

    M.b.t. jouw reactie op Aardbron.nl/stroomgeld begin je met “Wat mij irriteert aan geldmakers is…”, en daar kom ik graag in een gesprek op terug. En toch ook meteen ff hier.

    M.n. op de zin van ‘vertragingsrente’, dan wel ‘de bezitter betaald’. Je zegt: “Maar in een stabiele situatie is die opstuwende werking op de zelfde manier irritant als de dwanggroei van schuldgeld.” Dat wil ik graag onderzoeken. Ik ben nog niet overtuigd dat dit waar is.

    Om Van Arkel en Lietaer aan te halen: “Vrijgeld [of Turbogeld = stroomgeld of geld met vertragingsrente/demurrage-mvs] leidt niet tot de opeenhoping, de accumulatie van vermogens die in het huidige geld- en rentesysteem plaatsvindt. Daardoor leidt Vrijgeld ook niet tot de overmaat aan telkens nieuwe investeringen en tot de onbegrensde groei van de productie die de huidige economie kenmerkt. Leidt Vrijgeld dus op korte termijn tot meer consumptie, op langere termijn leidt het tot minder productie. Met een stevige ecotax kunnen we ervoor zorgen dat de (éénmalig) toegenomen economische activiteit duurzaam van karakter is. Vrijgeld stimuleert niet een ongerichte economische groei maar geeft perspectief op een ontwikkeling naar een duurzamere en stabiele economie.

    Het gaat mij om een systeem dat ”’altijd precies voldoende geld”’ in omloop heeft en zelfregulerend is (een geen last heeft van de- of inflatie).

    Een systeem dus, dat exact, of zo dicht mogelijk tegen de ecosofische beginselen aanlicht.

    Ook de vraag “Waarom mogen mensen niet sparen?” intrigeert mij. De vraag die er voor mij onderligt is: ”’waarom moet je eigenlijk sparen?”’ Wat is de zin van sparen? Welke geldsystemen maken sparen overbodig (en zijn daardoor eleganter dan systemen waar sparen wel nodig is).

    “Het lijkt mij duidelijk dat groei geen centraal doel mag zijn.” Hier kan ik me 100% in vinden. Ik pleit ervoor om de term ‘groei’ dan ook consistent en consequent te vervangen door termen zoals ‘”’ontwikkeling”’’, ‘”’ontplooiïng”’’ en ‘”’ontpopping”’’, behalve als daadwerkelijk groei (in omvang) wordt bedoeld.

    We hebben nu ”’een unieke kans om een fundamentele systeemhervorming vorm te geven”’, en laten we dat ”’in één keer goed doen”’, want we moeten er weer jaren mee leven. Het hervormde systeem wordt op eenzelfde manier ‘infrastructuur’ als het huidige, en, eenmaal ingeburgerd, weer heel moeilijk of kostbaar te evolueren (tenzij we de evolueerbaarheid van het systeem inbouwen! zie ook de ecosofische beginselen). Daarbij bereid ik me op alle fronten voor op [http://aardbron.nl/hiepergroei/ hiepergroei].

    Kortom, ik wil eerst en vooral consent over de ”’waarden”’, dan over de [http://aardbron.nl/ecosofische-beginselen/ ecosofische beginselen] en dan pas over de systemen die dat zo nauwkeurig en elegant mogelijk implementeren.

    Daar wil ik graag een inhoudelijke dialoog over, met een aantal terzakekundige mensen, zowel voor- en tegenstanders, die openstaan voor verschillende visies zodat datgene wat aan het opkomen is op kan komen.

    Graag tot snel!

    Succes en plezier,

    :Martien.

  5. Stroomgeld is een leuke titel voor geld met vertragingsrente! Veel communicatiever dan ‘vertragingsrente’.

    Vertragingsrente is zeker een positief monetair instrument. Het beste werkt het bij eenheden die eurogedekt zijn. Dan is het doel om meer handel met dezelfde hoeveelheid euro’s te kunnen doen. Het was in feite zoals de Wörgl werkte. In de jaren dertig gingen daar 34000 Shilling 100 keer rond in iets meer dan een jaar, door ze te laten circuleren als lokale biljetten met vertragingsrente.
    Daardoor werden schaarse en dure Shilling veel effectiever.
    De werkeloosheid daalde en er werd weer gebouwd.

    Inderdaad bleef er daar ook een potje over door de geinde vertragingsrente. Maar aangezien vertragingsrente over het uitstaande kapitaal wordt geheven (in het geval van Wörgl een paar duizend), moet je je daar niet teveel van voorstellen. Het is maar een klein potje. Dat is juist ook de grap: de kapitaalkosten zijn extreem laag in verhouding met de omzet, wat erg belangrijk is.

    In monetaire systemen die niet eurogedekt zijn is er geen sprake van geldschaarste. Er is dan ook minder behoefte aan een snelle circulatie. Het is namelijk mogelijk om meer geld bij te maken, mocht daar aan behoefte aan zijn. Net zoals banken in de euroeconomie doen, maar dan zonder rente.

    Toch blijft vertragingsrente ook dan een nuttig monetair instrument: de omzet van het netwerk, de effectieve geldhoeveel, is een resultante van omloopsnelheid maal hoeveelheid kapitaal. Als er 100 in omloop is, die 20 keer rondgaat, dan is de omzet (effectieve geldhoeveelheid) 2000.
    In een dergelijk netwerk is het belangrijk dat de omloopsnelheid en de geldhoeveelheid zich optimaal tot elkaar verhouden. Als het geld langzaam circuleert, moet er veel worden bijgemaakt. Dat betekent een hogere schuldpositie in het netwerk (omdat het geld ontstaat als wederzijds krediet). Bovendien kan vertragingsrente onder deze omstandigheden een nuttige bijdrage leveren aan het verkorten van betalingstermijnen, wat ook een naargeestig probleem is.

    Het grote nadeel van niet-eurogedekte systemen, is dat er geen koppeling naar de euro is. Dan ontstaat altijd het probleem, dat sommige spelers teveel van het geld verdienen, om het nuttig uit te kunnen geven. Deze spelers ontvangen geen meerwaarde, als ze geld verdienen en zij zullen in het uiterste geval hun activiteiten in het netwerk staken.
    Dit is het traditionele nadeel van zogenaamde barters.

    De Gelre gaat weer een stap verder: zelf geld scheppen zonder eurodekking, maar het geld vrij verhandelbaar voor euro maken. Deelnemers kunnen onderling Gelre verhandelen door deze te koop aan te bieden (of te kopen!) op een on-line veilingsite.
    Deelnemers die meer Gelre kunnen gebruiken, verlossen zo deelnemers met overschotten ervan.

    Dit is een belangrijke stap voorwaarts voor rentevrij geld: niet de beperkingen van eurodekking, die zowel juridisch als monetair als ethisch van aard zijn, maar wel de mogelijkheid overtollig kapitaal om te zetten in andere vormen van geld.
    Rentevrije kredieten worden mogelijk en dat is waar het om gaat.

    De implicatie van vertragingsrente onder déze omstandigheden is, dat het het aanbod van Gelre op de veiling versterkt, met mogelijk negatieve gevolgen voor de koers.

    Kortom:
    Vertragingsrente is een belangrijk monetair instrument. In een eurogedekt circuit is het zonde om het niet te doen.
    Het gaat niet zozeer om de opbrengsten: dat zijn kapitaalkosten voor het circuit wat niet aantrekkelijk is. Maar vooral omdat de opbrengsten in verhouding tot de omzet in het netwerk juist heel gering zijn, hooguit een promille.
    Vertragingsrente in niet-eurogedekte circuits (barters), is minder overtuigend, hoewel zeker wel relevant.

    Vertragingsrente is geen heilige graal, wel een onmisbaar onderdeel van het repertoire van iedere monetaire architect.

    Dan nog even iets over sparen. Het is inderdaad waar, dat het onhandig is om een oppotfunctie en een betaalfunctie in één munt te verenigen, omdat ze een tegenstrijdig effect hebben op de circulatie van het geld. En dat terwijl circulatie een essentieel aspect is van geld.

    Er bestaat bovendien een misverstand over de aard van sparen. Bij sparen denken veel mensen aan geld, maar het gaat eigenlijk om het vermeerderen van vermogen. Natuurlijk is het handig wat contanten achter de hand te hebben, maar daar is in een netwerk waarin geldschaarste geen rol speelt makkelijk aan te komen.
    In de behoefte om waarde naar de toekomst te transporteren (sparen), kan beter worden voorzien door waardevaste goederen aan te schaffen, vooruit te betalen, of te investeren. In al die gevallen wordt voorzien in het verplaatsen van koopkracht naar de toekomst. Waardeverlies door prijsstijgingen spelen dan geen rol.

    In een situatie waarin zowel met de euro, als met een rentevrij betaalmiddel wordt gehandeld is er sowieso geen probleem: betalen met het betaalmiddel en sparen met de euro, wordt dan het motto. De euro voorziet dan in de oppotfunctie en dat is ook een elegante verdeling.

  6. De opeenhoping van kapitaal zie ik als het gevolg van een beleid dat erop is gericht om de zogenaamd vrije markt zo onvrij mogelijk te maken en zeker niet als gevolg van ongezonde spaardrift. Was dat maar zo. Dagobert Duck was een schatje.
    Juist in dit systeem wordt het de mensen onmogelijk gemaakt om zelfstandig financieel beleid te voeren. Een groot deel van ons inkomen wordt opgeslokt door verplichte volksverzekeringen en door in cao’s opgelegde pensioenregelingen. Daardoor is er voor het leven van vandaag te weinig geld, dat dan weer moet worden geleend. Het financiële plaatje van de moderne burger is een bizarre lappendeken van onbegrepen financiële producten.
    Dan zijn we inderdaad zover gezonken dat vrijwel niemand zich nog afvraagt of hij misschien ook nog zelf moet sparen. Alle noodzakelijke spaardoelen zijn immers al tot in de puntjes dwingend geregeld.
    Maar zelfs dan wil men toch nog wel eens geld opzij leggen voor iets leuks. Of gewoon omdat je het nu even niet nodig hebt. Het is niet aan mij om daarover te oordelen.
    Ik beschouw het als mijn heilige taak om een geldsysteem te ontwerpen dat iedereen de maximale vrijheid geeft om ermee te doen wat hij wil. Persoonlijke vrijheid acht ik belangrijker dan wat voor politieke, economische of ecologische doelstelling dan ook. Niet in absolute zin maar wel als basisvoorwaarde van een geldsysteem. Het is maar geld.
    Een echt vrije markt. Omdat ik er van uit ga dat de meeste mensen deugen. En ook omdat elke aanpassing in het systeem die een bepaald gedrag wil bevorderen of juist afremmen, uiteindelijk het omgekeerde zal bereiken. Nog afgezien van het enorme morele gewicht van dergelijke beslissingen.
    De meeste mensen deugen en vrijwel alle ondeugden komen voort uit corruptie van de geest door het ziekmakend huidige geldsysteem. Als dat eenmaal goed is opgelost dan gaan wij geweldig goed voor elkaar zorgen. Dan zijn inkomensverschillen volkomen geaccepteerd omdat ze passen bij de reële machtsverhoudingen omdat die verhoudingen dan op een natuurlijke manier tot stand komen. Als we de menselijke natuur goed beschermen dan gaan die mensen vanzelf ook de rest van de natuur respecteren en op een gezonde manier exploiteren.
    Dat neemt geenszins weg dat de morele aspecten van een nieuw geldsysteem zoveel mogelijk moeten worden getoetst aan een zo breed mogelijk scala aan normenstelsels. Daarom zie ik dan ook reikhalzend uit naar het gesprek volgende week.
    Niemand anders dan ik is verantwoordelijk voor bovengenoemde stellingname. Die is zeker niet het officiële standpunt van GHN. Wel een intern twistpunt. Ongeveer één tegen één. Externe input meer dan welkom!

    Georges.

  7. Haha Georges, lekker verhaal!
    Iedereen moet kunnen doen wat ‘ie wil is een beetje veel van het goede.
    Er is een balans nodig tussen de ‘belangen’ van de deelnemers.
    Het is in ieders belang dat er korte betalingstermijnen zijn.
    Het is in ieders belang dat er niet meer krediet uit hoeft te staan dan noodzakelijk, doordat het geld optimaal circuleert.

    Overigens heb ik nog steeds de indruk, dat je contanten en vermogens op een hoop gooit. Rothschild heeft biljoenen, maar niet in contanten (daar heeft ‘ie natuurlijk ook geen gebrek aan, haha, hij maakt alle contanten ter wereld, tenslotte).
    Een paar ton contanten zijn nog steeds niets. 90% van alle vermogen zit in andere zaken. Er is juist veel te veel contant vermogen, omdat mensen zich gedwongen voelen het op te potten, omdat het zo schaars is, waardoor er meer van gemaakt moet worden, dat weer opgepot wordt etc. Dat is het bizarre.

    Voor iedereen is het belangrijker dat ‘ie snel betaald wordt, dan vervelend dat ‘ie snel moet betalen.
    Dit soort zaken mogen best gewogen worden tegen het verlangen contanten te hebben.

    De grap is juist, dat hoe sneller iedereen betaalt, hoe beter iedereen in de slappe was zit, want je krijgt zelf ook sneller betaald.
    Als je dan een keer meer contanten nodig hebt, dan neem je twee maanden vertragingsrente voor lief en stroomt je rekening heel snel vol.

    Nemen door te geven, dat is het mooie van geld.
    Anthony

  8. En nog een PS: Mensen zitten de hele tijd zo goed in de slappe was, waar ze van af moeten, dat ze maar vooruit gaan betalen, waardoor iedereen NOG beter in de slappe was zit.
    Dat is het geweldige. Iedereen gaat langzaammaar hand balen van al die contanten en heeft steeds minder behoefte om zich te laten betalen voor allerlei zaken.

    De economie wordt gedemonetariseerd. Het wordt gewoon weer liefdewerk, omdat geld altijd in overvloed beschikbaar is.

  9. Anthony,

    Betalen met gelre, sparen met euro. Waarom? Dan zijn er voor de totale behoefte aan betaal en spaarmunten toch uiteindelijk precies zoveel euro nodig? Ik denk dat als we de maatschappij willen verlossen van het juk van bankschuld, dat we juist moeten zoeken naar methoden om de mensen minder afhankelijk van de euro te maken.
    Het mag dan zo zijn dat de gelre met euro moet worden aangekocht, ondertussen hebben wij genoeglijk bepaald dat er niet meer dan één tiende van het girale gelre kapitaal hoeft worden ondersteund door een reservevoorraad euro. Dat betekent dat elke gespaarde gelre 0,9 euro overbodig maakt. Dat lijkt me wel wat.

    Het verschil van 1 op 10 kan alleen blijven bestaan als GHN ervoor zorgt dat de geldhoeveelheid meebeweegt met de euroreserve. In de plannen zoals die er nu liggen bestaat die overige 90% gelre uit initiële giften en kredieten. Het aandeel hierin van de giften zal bij een groeiende geldbehoefte langzaam slinken. Dan moet er dus steeds meer worden uitgeleend. Zolang daar ook behoefte aan is natuurlijk geen probleem, maar kredietverstrekking mag natuurlijk nooit worden opgejaagd door het doel om niet meer dan één euro te bewaren voor elke uitstaande gelre. Ook kan het belemmerend werken als er minder krediet kan worden verstrekt dan men wenst als er onvoldoende euro in de pot zit.

    De eenvoudigste oplossing hiervoor lijkt mij een geleidelijke integrale waardecorrectie van alle uitstaande tegoeden. Als het stabilisatiefonds overloopt doordat er onvoldoende krediet wordt aangevraagd, dan zouden we de geldhoeveelheid kunstmatig kunnen vergroten door alle saldi proportioneel te verhogen. Gerelateerd aan talentwaarde en/of saldo.
    Dat zou dan andersom ook moeten gebeuren. Als er teveel gelre zijn om de rekenkundige koppeling met euro geloofwaardig te houden, blijkens een lage koers op de veiling en een bijbehorend krap stabilisatiefonds, dan zouden we saldi net zo hard kunnen laten krimpen.
    Het netto-effect hiervan is hetzelfde als die van het stabilisatiefonds: De koers blijft stabiel en de dekkingsgraad van de euroreserve ook. Met dat verschil dat het stabilisatiefonds zonder enige tijdsvertraging ingrijpt en de hier voorgestelde correctie geleidelijk wordt toegepast. Zoals (vertragings)rente.
    Uiteraard verdient het ook hier weer de voorkeur dat het functioneren van deze maatregel glashelder wordt gedefinieerd, gepresenteerd en automatisch wordt toegepast.

    Om terug te komen op mijn eerder geuite bezwaren tegen vertragingsrente, bovengenoemde correctie kan ook het gevoel geven dat er aan ‘mijn’ geld wordt gerommeld en dat is wat mij betreft dus niet okay. Dit is alleen te verantwoorden als daarmee op een ander gebied een duidelijke winst wordt geboekt op het gebied van vrijheid. In dit geval meer flexibiliteit in kredietverstrekking.
    Daarom wil ik graag verder wil zoeken naar betere middelen om de geldhoeveelheid te regelen. Dus zonder aan de saldi te rommelen en al helemaal zonder de reële economie te beïnvloeden.

    Op dit forum noemde jij de trotse term ‘monetair architect’, ik had het over ‘heilige taak’. Het moge duidelijk zijn dat wij onze taken zeer serieus nemen. Ik heb hier een opmerking over.
    Het is inderdaad bizar hoe vanzelfsprekend de huidige verschijningsvorm van geld wordt geaccepteerd zonder zelfs maar te realiseren dat er in het systeem doelbewust elementen zijn ingebouwd die ons gedrag ingrijpend beïnvloeden. Dan is het een volstrekt logische gedachte om bij het ontwerpen van een ander systeem op een originele manier andere elementen in te bouwen die ook het gedrag beïnvloeden. Hoe goed dit ook bedoeld kan zijn, in mijn beleving huist een groot deel van het kwaad in het simpele feit dat er wordt gemanipuleerd. Dat geld daardoor eigenlijk iets anders is dan een simpel waardevast ruilmiddel. Dat de meesten daar overheen kijken en zodoende blind worden gemanipuleerd.
    De enige vreemde eigenschap van geld die wel tamelijk bekend is, is dat het altijd minder waard wordt. Dat simpele gegeven drijft ons massaal in de armen van bankiers. Dan is het toch op zijn minst verwarrend als het heilzame alternatief deze eigenschap nog intrinsieker heeft ingebouwd?

    Georges.

  10. Juist ja. Precies dat is de zin van stroomgeld. Je wilt juist graag betalen. Je bent blij als er een bestemming is voor je geld. Je bent blij dat ”’jij”’ kan kiezen waar ”’jouw”’ geld naar toe gaat, en je brengt het er zo snel als zinnig naar toe. Hierdoor is er werk zat en stroomt het geld lekker. En omdat het zo lekker stroomt, wordt er overeenkomstig veel gecreëerd. Mooie gebouwen, prachtige natuurgebieden, kunst, cultuur, overheerlijke restaurants…

    Subtiele nuance op Anthony’s “Nemen door te geven”. Maak daarvan “”’Ontvangen”’ door te geven” en het is zoals het hoort. Moet je wel in staat zijn om te ontvangen. Veel mensen kunnen dat niet of hebbendaar moeite mee. Het wordt ons niet geleerd. ‘Nemen’ daarentegen wordt ons met de paplepel ingegeven. De vervorming, ‘graaien’, neemt dan ook ernstige vormen aan.

    Anthony zegt ook “omdat geld altijd in overvloed beschikbaar is”. Geld in overvloed is niet het doel en mist ook het doel. Geld dient er altijd ”’precies voldoende”’ te zijn. Net zoals centimeters er altijd precies voldoende zijn.

    Voor ons doel geldt als tegenstelling van schaarste ”’níét overvloed, maar voldoende”’. In een systeem van wederzijdse tegoeden bijvoorbeeld is er altijd voldoende geld, omdat de deelnemers dit onder elkaar scheppen als een debet- en creditpositie op het moment van de transactie.

    Extra voordeel is dat dit volledig zelfregulerend is. Dit in tegenstelling tot Gelres gekoppeld aan euro’s en het centraal moeten regelen van de geldhoeveelheid. Dat is mijn grootste bezwaar tegen de Gelre.

    ”’Geven en ontvangen”’, en in die volgorde.

  11. Nou, Martien, semantiek is een kunst op zich. Nemen heeft voor mij een positieve connotatie door mijn ervaring met Systemisch Werk (familieopstellingen). Maar ontvangen klinkt mij ook goed.

    Voldoende versus overvloed zie ik iets anders. Ik gebruik graag het woord overvloed, zowel voor de geldhoeveelheid, als de economie.

    De duurzaamheidsmeute is nogal verknocht aan consuminderen, maar dat is niet nodig. Als we ons energieprobleem oplossen (de oliemaatschappijen) en ons geldprobleem (de banken), dan leven we in overvloed, niet met voldoende.

    Niet dat we allemaal jachten gaan kopen, de meeste mensen zitten daar helemaal niet op te wachten.

    het gaat erom, dat onze perceptie van schaarste verdwijnt.
    We hoeven niet meer van de eind van de maand, naar de eind van de maand te leven.
    We hoeven de natuur niet te brandschatten, om kapitaalkosten te sparen.
    We hoeven geen olie te verbranden, omdat er zoveel betere alternatieven zijn.

    Het gegraai in de economie is niet de activiteit van de gemiddelde mens, maar van de mensen aan de top. Die corruptie sijpelt door, maar als die corruptie aan de top verdwijnt, doordat het systeem waarvan zij de top zijn verdwijnt, dan verdwijnt ook de top down besmetting.

    Al in de Tao staat vermeld, dat als de leiders zich met het verzamelen van schaarse goederen bezig houden, de meute dat ook gaat doen.

    Voldoende is een iets betere variant van schaarste.

    Onze natuur is overvloedig. De natuur is overvloedig.
    Door in balans te leven met die twee is er overvloed.

  12. Ik denk dat het grootste probleem zit in je terloopse definiering van geld als een waardevast ruilmiddel.

    Voor mij is geld een ruilmiddel.

    Waarom gaan we niet naast ons al perfecte ruilmiddel ook een ideaal spaarmiddel ontwikkelen?

    Ons kennende moeten we er in hooguit één avond en 12 bier uit zijn!

    Zullen we deze doorgaande discussie voor nu weer even parkeren tot er nieuwe inspiratie komt?

  13. Martien,
    Nog even over je ‘bezwaar’ tegen de Gelre (over semantiek gesproken: wat dacht je van ‘kans op NOG beter geld’?)

    Je legt terecht de relatie tussen de eurodekking en de centrale instantie. Die zijn onlosmakelijk verbonden aan elkaar.

    We kunnen eindeloos praten over de voor- en nadelen van eurodekking. Ik ben er zelf in ieder geval niet van gecharmeerd.
    Maar het is wel een uitermate simpel en praktisch paardenmiddel.

    De papieren Gelre is precies hetzelfde als de Wörgl en de duitse RegioGelder: gedekt stroomgeld.

    De Girale Gelre is een heel ander beest. Het is een hybride: 90% wederzijds krediet, 10% fiat.

    Die fiatfunctie gebruiken we eigenlijk vooral om geld weg te geven en vanuit de communicatieve aantrekkelijkheid van geld weggeven in tijden van economische ineenstorting zul je ons dat toch niet euvel duiden?

  14. Dat van die 12 bier op één avond spreekt me wel aan…

    Trouwens, ik gebruik het woord ‘bezwaar’ zeer zorgvuldig en dus met opzet, met name omdat ik enorme fan ben van het [http://pareltaal.nl/Instemming instemmingsproces] waar het uiten en bespreken van (gegronde) bezwaren meestal leidt tot een betere en helere oplossing. Eén van de holacratische praktijken die ook in agile software ontwikkeling met succes veel gebruikt wordt.

    Een andere term hiervoor is ”’‘consent’”’—niet te verwarren met consensus. Als er consent is zijn er geen gegronde bezwaren meer en schaart iedereen zich achter het voorstel en kan iedereen de volledige aandacht en energie aan haar realisatie geven.

    Als er consensus is kunnen er nog steeds (onopgeloste en vaak onuitgesproken) bezwaren zijn—dan hebben velen een matige oplossing.

  15. Daar kan ik me goed in vinden. Tegelijkertijd getuigt het rijden door rood voor mij van een nogal respectloze, asociale en onnodige handeling. Jij, als door-rood-rijder, wilt ook graag dat anderen jou de gelegenheid ”’geven”’ om veilig je weg te vervolgen.

    Bij boetes en straf voel ik me altijd geprikkeld om juist in de beloningssfeer oplossingen te vinden die het juiste gedrag oproepen.

    Laatsts sprak ik met mijn dochter Esther over beloningen en straf en het onderscheid ertussen. Zij zei toen heel mooi: “Straf of boete is als je iets van iemand afneemt dat hij of zij al heeft. Beloning is als iemand er (vanwege goed gedrag) iets krijgt wat hij of zij nog niet heeft. Dus ben ik bijvoorbeeld benieuwd hoe het verkeersgedrag is als iedereen elke maand €20 extra krijgt mits ze zich in het verkeer netjes gedragen hebben. Die €20 kan worden betaald uit de vermindering van kosten die gemaakt worden door verkeersongevallen (en mogelijk boetes die anderen betalen). Daarbij dient gewaakt te worden voor de groei van het gevoel van ‘verworven recht’. Want dan wordt het niet ontvangen van de beloning ineens weer als straf ervaren.

  16. Ik haalde slechts Bernard Lietaer’s opmerking over ‘schaarste’ aan, en kan me er volkomen in vinden. Ik gebruik zelf ook graag het woord overvloed, maar wel zorgvuldig en in de juiste context. Geld is voor mij een smeermiddel voor ruilen en betalen. Daar hoef ik ‘slechts’ voldoende van te hebben. Overvloedig veel geld vind ik onzinnig, helemaal als je atlijd en immer voldoende geld hebt. Geld is slechts informatie dat iets vertelt over jouw gedrag binnen de gemeenschap. Niet meer, niet minder. En, net zo als lengte en meters grootheid en eenheid zijn voor de afstand tussen twee punten en zijn per definitie en afspraak noch schaars, noch overvloedig. Zo zijn geld en euros’ (of Gelres of gummiberen of knopen) grootheid en eenheid voor wederzijdse tegoeden—een maat voor wat je hebt bijGEdragen en bij TE dragen aan de gemeenschap.

  17. Schiet me nog te binnen. Nemen heeft voor mij ook een positieve connotatie zodra het gaat over verantwoordelijkheid nemen, zodra er iets gedaan dient te worden en je een aantal zaken ”op”pakt zegt “Ik ga…”, “Ik zal…” of “Ik zorg voor…”. Nemen heeft voor mij een negatieve connotatie als het gaat om het ”af”pakken van een ander of de natuur; wanneer het bij de ene meer wordt en bij de ander minder. Kortom, als de wederkerigheid ontbreekt. Is die wederkerigheid er wel, dan ervaar ik het (steeds meer) als geven en ontvangen en voel ik dat letterlijk in en met mijn hart.

  18. Je zegt “Voldoende is een iets betere variant van schaarste.” Daar kan ik me niet in vinden. Voldoende is heel simpel: voldoende, precies genoeg, niet te veel, niet te weinig, niet schaars, niet overvloedig, exact genoeg. Een gevoelig, subtiel, edoch cruciaal onderscheid, althans zoals ik het beleef. Wees verschillig.

    Trouwens, een tijdje geleden zat ik ook volledig in het ‘overvloed kamp’. Ondertussen, en dankzij Lietaer, zie ik het verschil tussen schaarste, voldoende en overvloed steeds helderder en waardeer het ook enorm. En in ecosystemen heb je ze alledrie! Geen enkel complex systeem heeft alleen schaarste of alleen overvloed. Yin en Yang. Ze hebben elkaar nodig en houden de zaak levendig en stomend. Chaorde heeft enorm veel scheppend vermogen.

  19. WO III is begonnen en wij gaan vergaderen over aanscherping van de Universele Rechten van de Mens. Filosofie heeft mijn warme belangstellingen, daar kan niet genoeg over worden geschreven en geherdefinieerd, maar onze beschaving is NU in elkaar aan het storten.

    Gelre Handelsnetwerken draait al twee jaar en is nu druk aan het bouwen aan een hypermodern geldsysteem dat zeker gezien de beperkte tijd en de snel groeiende belangstelling voor complementair geld, grote kans maakt om als leidend voorbeeld te dienen voor de te verwachten explosie van complementaire geldnetwerken.
    Vanzelfsprekend is daarbij alle input van harte welkom. Zeker ook de diepere filosofische kanttekeningen. Voor ons zijn die kanttekeningen nu alleen zinvol als ze ook direct betrekking hebben op de ontwikkeling van Gelre. Deze zijn te besturen in ons businessplan.

    http://www.plein.demon.nl/NieuwGeld0.6.doc

    Om toch in termen van grondbeginselen te blijven heb ik getracht om de uitgangspunten die mij leiden te formuleren.

    Grondbeginselen voor goed geld:

    1- Iedereen moet zoveel geld kunnen gebruiken als hij nodig heeft.

    2- Iedereen mag geld gebruiken waarvoor hij wil.

    3- Iedereen moet er op kunnen vertrouwen dat iedereen die het geld gebruikt precies begrijpt hoe dat geld werkt.

    4- De kosten om het geld te laten functioneren moeten zo laag mogelijk zijn.

    Deze vier uitgangspunten impliceren een enorme onderlinge spanning. Het geld moet ergens vandaan komen. De hoeveelheid geld die iemand nodig heeft hangt af van waar hij het voor nodig heeft. Als er dan iemand geld nodig heeft dat niet direct in de gemeenschap kan worden verzameld dan moet wellicht worden geleend/bijgemaakt.
    Dan is het een arbitrair probleem om te kunnen bepalen of zo’n injectie het functioneren van de gelden van de rest van de gemeenschap op dusdanige manier beïnvloed dat dit overeenstemt met de verwachtingen van die gemeenschap. Een injectie mag de koopkracht van anderen niet negatief beïnvloeden. Om dit trefzeker te kunnen regelen is betrokken inzicht nodig in het reilen en zeilen van die gemeenschap en dat kost weer geld.

    Om deze elementen zo goed mogelijk met elkaar te verbinden kom ik tot de volgende aannames:

    1- De reikwijdte van een zelfstandig netwerk kan niet te groot zijn.

    2- De netwerkorganisatie moet zo min mogelijk invloed uitoefenen op het gebruik van het geld.

    3- De noodzakelijke beïnvloeding moet zoveel mogelijk automatisch verlopen en alle processen zijn openbaar te volgen.

    4- Het nieuwe geld moet zoveel mogelijk zekerheden en mogelijkheden bieden als men van het huidige geld denkt te kunnen verwachten.

    De algemene perceptie van geld is dat het een universele drager is van menselijke energie en materiële waarde, die het bezit van deze eenheden over tijd en afstand overdraagbaar maakt.
    Het universele karakter hiervan maakt geld tot ultiem machtsmiddel. Pogingen om met ander geld te bezuinigen op dit universele karakter bieden geen kans om de macht van het huidige geldsysteem te breken omdat hierin juist de aantrekkelijkheid van geld ligt besloten.
    Maar dat geeft niets. De oneerlijkheid van het huidige geldsysteem heeft namelijk niets te maken met deze brede toepasbaarheid. Het enige probleem is dat er schaarste wordt opgewekt met als doel om de macht te centraliseren.
    Dan is de opdracht dus eenvoudig te omschrijven: Introduceer een geldsysteem met alle mogelijkheden van ons huidige geld, zonder dat het schaars wordt. Verder niets. Minder is meer. Elke poging om het plaatje verder in te kleuren zal ongetwijfeld enthousiastelingen bij elkaar brengen, per saldo gaat dit ten koste van de totale impact.
    Dit geeft al moeilijkheden genoeg. We hebben te maken juridische beperkingen, meedogenloze oppositie en met een bevolking die helemaal gek is gemaakt door de implicaties van schaarste.

    Wie doet er mee?

    Georges.

  20. Goed. Het is nu 3 jaar later. Kan iemand, Georges of Martien liefst,

    1. in 3 zinnen uitleggen wat hier betoogd wordt
    2. ons vertellen wat ze daar nu van vinden?

    Vr groet, René Janssen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *