Steeds sneller steeds dommer

Bron: The Expansion of Ignorance door Kevin Kelly.

Informatie is het snelst groeiende fenomeen van dit moment. Informatie expandeert zich tien keer sneller dan elk ander handgemaakt of natuurlijk product op deze planeet.

Volgens een berekening van Hal Varian, een econoom bij Google, en Kevin Kelly maakten, is de wereldwijde informatie de afgelopen decennia met 66% per jaar toegenomen. Vergelijk die explosie met de snelheid waarmee zelfs de meest overvloedige handgemaakte spullen—zoals beton of papier—die de afgelopen decennia gemiddeld slechts 7% groeiden.

Groei van statische webpagina\'s

Overal nemen we de expansie van informatie waar. Minder zichtbaar, moeilijker te volgen, maar net zo explosief is de expansie van kennis. Het aantal wetenschappelijke artikelen dat elk jaar gepubliceerd wordt is al meer dan 50 jaar bezig met een stevige groei. Ook het aantal patentaanvragen is de laatste 150 jaar gegroeid. Gebaseerd op deze ruwe meetwaarden groeit kennis exponentieel.

Als de kennis exponentieel groeit raken onze puzzels snel op. Door ons versnellend tempo van leren verklaren een aantal schrijvers dat we zijn aangeland in het tijdperk van “het einde van de wetenschap”. In het licht van de huidige natuurkunde—waar 96% van alle materie en energie in ons universum van een onbekende soort is die we donker noemen—is dit standpunt moelijk voor langer dan een nanoseconde vast te houden. Het is duidelijk dat “donker” een verzachtende omschrijving is voor onwetendheid.

We hebben echt geen idee waaruit grootste deel van het heelal bestaat. Als we een sonde diep in een cel, ons brein of zelfs onze aarde prikken stuiten we op een vergelijkbare staat van onkunde. We weten geen snars.

Tegelijkertijd is het ook duidelijke dat we veel meer weten over het heelal dan een eeuw geleden. Deze kennis wordt praktisch toegepast in consumentenproducten zoals GPS en iPods en een gestage toename in onze eigen levensverwachtingen. De voordelen van onze vooruitgang komt van gereedschappen en technologie. Telescopen, microscopen, fluoroscopen en oscilloscopen stellen ons in staat om op nieuwe manieren te kijken. Zodra we met die nieuwe instrumenten kijken ontdekken we ineens veel nieuwe antwoorden.

Toch levert de paradox van de wetenschap voor elk antwoord twee nieuwe vragen op. Meer antwoorden, meer vragen. Telescopen en microscopen expanderen niet alleen wat we weten, maar ook wat we nog niet weten. Ze maken het ons mogelijk om ons onbenul te bespioneren. Nieuwe en betere instrumenten maken nieuwere en betere vragen mogelijk. Al onze kennis over subatomaire deeltjes komt voort uit de vragen die zijn ontstaan nadat we een atoomkraker hebben verzonnen.

Dus zelfs als onze kennis exponentieel groeit, groeien onze vragen exponentieel sneller. En zoals wiskundigen u kunnen vertellen is de kloof tussen twee exponentiële krommen zelf ook een exponentiële kromme. Die kloof tussen vragen en antwoorden is onze onwetendheid, en die groeit exponentieel. In andere woorden, wetenschap is een methode die vooral ons onbenul vergroot.

Kortom, we worden steeds sneller steeds dommer.

Wat dat betreft gaan we steeds meer op computers lijken—computers zijn ook dom, maar wel heel snel dom.

We hebben geen reden te verwachten dat dit in de toekomst teruggedraaid zal worden. Hoe ontwrichtender een technologie of instrument, hoe ontwrichtender de daardoor gekweekte vragen. We kunnen verwachten dat toekomstige technologiën zoals kunstmatige intelligentie, gecontroleerde kernfusie en kwantum computing—om er maar een paar aan de nabije horizon te noemen—een spervuur van duizenden nieuwe enorme vragen op ons loslaten. Vragen die wij zelf nooit eerder bedacht zouden hebben. Het is een veilige gok om te stellen dat we onze grootste vragen nog niet gesteld hebben.

4 gedachten over “Steeds sneller steeds dommer

  1. Hmm ja ach. Interessant stuk.

    Het begin kan ik me niet zo in vinden. De voorbeelden zijn wat arbitrair. De groei van het aantal webpagina’s, patenten en wetenschappelijke citaten is denk ik niet zo direct verbonden aan de groei van informatie. Informatie is veel dubbel bijvoorbeeld, zijn twee dezelfde of bijna dezelfde teksten twee stukken informatie? In hoeverre kun je überhaupt van stukken informatie spreken. Wat is informatie? Elke letter? Een stuk tekst over een onderwerp? En een anders geformuleerde tekst over hetzelfde onderwerp? Lastig.

    Maar dat de hoeveelheid informatie groeit kan ik me wel in vinden.

    De ‘elk antwoord levert twee nieuwe vragen op’ paradox vind ik wel leuk eigenlijk. Een van mijn docenten zei altijd dat er twee soorten mensen zijn, mensen die beweren en mensen die zich afvragen. De laatste komen een stuk verder? Door over dingen na te denken (met vragen te spelen) kom je verder dan met alleen de antwoorden. Ik heb het altijd als positief ervaren (of proberen te ervaren bij tegenslag :)) als ik nieuwe vragen kreeg.

    En – op basis van o.a. the hitchhikers guide to the galaxy – moet je niet eerst een vraag hebben voor je überhaupt een antwoord kunt vinden en of begrijpen? The Matrix, nog een verhaal dat daarmee speelt; je weet het antwoord al alleen begrijp je het ook? Daarvoor moet je eerst de vraag helder hebben? Verhalen, voor mijn gevoel met een goede kern van ‘waarheid’.

    En dus is het beter om vragen te hebben dan antwoorden? Antwoorden uitrekenen kan een computer ook nog wel ;) Ik denk het wel. Zeker als één waarheid niet bestaat of het in ieder geval niet interessant is om één waarheid te hebben. Het is dan interessanter om te weten welke vragen je kunt stellen, daarover na te denken, meerdere mogelijke antwoorden te hebben. De ene keer probeer je wat de uitkomsten zijn als je het ene antwoord volgt, de andere keer probeer je iets anders. Zo kom je steeds dichterbij wat voor jezelf en de context goed werkt. Weet je dan het antwoord? Volgens mij heb je nog steeds alleen maar de vraag en ervaring in de effecten van verschillende antwoorden.

    Kort over de donkere materie. Als we weten dat we iets niet weten, is dat niet ook informatie?

  2. Ik ben erg benieuwd of de waarden die in de tabel en beide grafieken voorkomen gebaseerd zijn op 1) het werkelijk aantal sites/patents/citings of op 2) het aantal in Google vastgelegde items. Als de waarden geleverd werden door de Google econoom verwacht ik het laatste en dat geeft een vertekend beeld. De citaten bijvoorbeeld bestonden al wel, maar waren nog niet in Google Scholar opgenomen. Wat de grafiek dan feitelijk laat zien is in welke toenemende mate citaten zijn vastgelegd, niet in welke mate ze zijn ontstaan.

    Ook vind ik de scheidingslijn tussen informatie en kennis te vaag. Een uitleg hierover werkt verhelderend voor dit artikel.

    Voor de rest: interessant gedachtegoed er er zit naar mijn mening absoluut een kern van waarheid in!

  3. Hoi Jurr,

    Het spijt me, maar ik kan je geen antwoord geven op je vragen. Wellicht dat Kevin Kelly, de oorspronkelijke auteur, dat wel kan. Benader hem maar persoonlijk. Meestal reageert jij wel. kk [at] kk [dot] org.

    Succes en plezier,

    Martien.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>