De rijken rijker en de armen rijken

Ons huidig geldsysteem is ongeloofwaardig simpel. Geld als universele drager maakt menselijke energie en materiële waarde in tijd en afstand overdraagbaar.

Ons huidige geld verenigt twee functies:

  1. betaalmiddel—je kan er producten en diensten mee betalen;
  2. schatvorming—je kunt het verzamelen en oppotten; sparen noemen we dat.

Ons huidige geldsysteem heeft bovendien het volgende kenmerk:

  • geld is schaars:
    • er is slechts een beperkte hoeveelheid geld beschikbaar;
    • door de neiging naar schatvorming wordt vraag naar geld groter dan het aanbod en daardoor is er een voortdurend tekort;
    • hierdoor stagneert de economie ondanks meer dan voldoende werk en middelen.

Naarmate geld meer stroomt bloeit de economie meer—het neveneffect van elke transactie is namelijk de creatie van iets nieuws: je haar is eraf, je hebt een nieuwe auto, je hebt genoten van een heerlijke avond uit, je huis is geschilderd, en zo voort.

Geen stroming, geen welvaart. Net zoals stilstaand water op den duur gaat stinken, gaat stilstaand geld, ondanks de gevleugelde uitspraak ‘geld stinkt niet’, toch stinken.

Een paar slimme, maar bij nader inzien onwijze, mensen die zich afvroegen hoe ze geld meer konden laten stromen, verzonnen hiervoor een prachtig concept:

  • rente
    • je ontvangt samengestelde interest over tegoed en je betaalt samengestelde rente over schuld (lening);
    • rente over rente (samengestelde interest) laat het openstaande bedrag, debet of credit, exponentieel groeien.

Slaafgeld

De gecombineerde werking van betaalmiddel, schatvorming, geldschaarste en samengestelde interest leidt op den duur tot pandemische zelfmoord:

  • de rente pompt het toch al schaarse geld steeds sneller steeds sneller en steeds meer steeds meer van arm naar rijk:
    1. de armen worden zwoegend armer en de rijken slapend rijker, totdat zelfs de rijken overblijven in een uitgeholde schrale armoedige aarde waar ze alleen nog maar aan elkaar geld kunnen geven; tamelijk zinloos;
    2. het chronisch tekort aan geld neemt exponentieel toe, hetgeen het tekort versneld vergroot.

De armen worden zo slaaf van het geld van diegenen goed in de slappe was zitten. Globale slavernij is het gevolg. Laten we dit geldsysteem slaafgeld noemen.

Vrijgeld

Het herstellen en voorkómen van deze zelfdestructie is al even ongeloofwaardig simpel:

  1. maak de functie van schatvorming met geld onmogelijk: zorg altijd voor precies voldoende geld:
    • bijvoorbeeld, in een systeem van wederzijdse tegoeden is er altijd voldoende geld omdat de deelnemers dit onder elkaar scheppen als een debet- en creditpositie op het moment van de transactie; voldoende betekent hier precies genoeg, niet te veel, niet te weinig, niet schaars, niet overvloedig, exact genoeg;
  2. introduceer stroomgeld, een kleine procentuele vergoeding die je betaalt over je tegoed en in een algemeen fonds stroomt:
    • omdat je geld op deze manier langzaam wegsijpelt, krijg je de neiging het eerder nu dan later uit te geven en daarmee creëer je werk voor anderen hetgeen de economie stimuleert.

Hierdoor worden de rijker werkend rijker—je wereld holt zich namelijk niet uit maar bloeit op ongekende plekken en wijzen. Daarnaast worden de armen werkend rijken—je hebt altijd voldoende geld en werk om je bijdrage aan de gemeenschap in te lossen. Alleen nietsnutten, klaplopers en parasieten hebben het zwaar. Maar zelfs die kunnen hun eigen verantwoordelijkheid nemen, aan de slag gaan en meedoen in de gemeenschap; er is namelijk werk zat, altijd.

Laten we dit systeem vrijgeld noemen.

Liefde, lef en leiderschap

Ons huidige digitale, girale banksysteem biedt technisch gezien meer dan voldoende functionaliteit om dit van de ene op de andere dag te implementeren. Het is een kwestie van willen, niet van kunnen.

Wie durft de rijken rijker en de armen rijken te maken?

Auteur: Martien van Steenbergen

Wise Fool

Eén gedachte over “De rijken rijker en de armen rijken”

  1. Hoi Martien,

    Jouw idee is sympathiek, maar bij het onderdeel sparen klopt volgens mij toch iets niet. Dit kan ook komen dat we elkaar niet goed begrijpen.

    Voorbeeld:
    De voorraad kapitaalgoederen (productiemiddelen en woningen) heeft in de EU en de VS uitgedrukt in geld een omvang van 500% van het BNP (dit is excl. geld wat we eventueel voor grond willen betalen).

    Als we de economie en voorraad kapitaalgoederen met 4% per jaar willen laten groeien en niet mogen sparen. Moeten we voor de uitbreiding van de kapitaalgoederen een bedrag ter grote van 20% van het BNP (500% * 4%) meer geld in omloop brengen.

    Met de uitbreiding van de kapitaal goederen maken we 4% extra dagelijkse gebruiksgoederen en diensten. Nu komt de “grap”, mensen gaan met 20% extra geld naar de “winkel” en hebben naast sparen bij wijze van spreken maar 2 mogelijkheden, elkaar de herssens in slaan of 16% inflatie.

    Alternatief is dat mensen bij het kopen van woningen, auto’s, kapitaal goederen direct contant af moeten rekenen. Een woning kost ongeveer 500% het jaarinkomen en men mag hier nu met een lening 30 jaar over doen om dit af te betalen. Zonder sparen is gedurende deze aflossingstijd teveel geld in omloop.

    Geld is een afspiegeling van wat we in de reeele economie doen.
    Productie -/- consumptie = ruimte voor investeringen -/- afschrijvingen en mutatie omvang voorraaden = mutatie voorraad productimiddelen, woningen, wegen etc. (lees rijkdom). De mutatie in de voorraad kapitaalgoederen is een vorm vansparen.

    Een economische groei van 4% per jaar hebben we nodig om er voor te zorgen dat alle negen miljard mensen die we in het jaar 2050 hebben dezelfde levensstandaard hebben als wat we nu in NL hebben. De kunst is om hier een duurzame groei van te maken, wat we minstens 100 jaar vol kunnen houden i.p.v. vergankelijke groei wat we nu dooen.

    Vanuit inkomsten uit arbeid wordt over het algmeeen niets gespaard. Inkomsten uit vermogen (incl. winst bedrijven)wordt bijna geheel gespaard. Hier zit de belangrijkste bron voor scheefgroei tussen arm en rijk. Oplossing is de spaarfunctie door de locale gemeenschap uit te laten voeren.

    Om zonder gebruik van revolutie bij deze situatie te komen kies ik voor het concept PROCO (Producenten en consumenten cooperatie) met een speciaal transactiesysteem waardoor we toegroeien naar een situatie van overwegend gemeenschappelijk eigendom in combinatie met groeps dan wel individueel gebruik.

    Groet,
    Hans

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *