Inhaalslag Bildung voor altijd

De interesse van Aardbron richt zich op het klaar zijn voor altijd. Niet beperkt tot het nu of het straks; nee, voor altijd. Volgens Klaus Prange is Bildung voor altijd. Ik ben dat volkomen met hem eens. Aardbron houdt zich kortgezegd dan ook met al haar trainingen, samenscholingen en andere activiteiten bezig met Bildung.

Denken en zijn. Natuur en geest. Materie en bewustzijn. Voor het filosofisch materialisme komt de materie op de eerste plaats. De geest komt voor het filosofisch idealisme op de eerste plaats. Bildung stamt uit het (Duits) filosofisch idealisme.

Onder het filosofisch idealisme vallen de filosofieën die aangeven dat de natuur, de materie voortkomt uit en bepaald wordt door iets ideëels, het bewustzijn, het denken, de geest, de wil. In onze tijd zou je kunnen zeggen: de wil tot ontvouwen. De belangrijkste stromingen zijn subjectief idealisme (de materie is afgeleid van het menselijk bewustzijn) en objectief idealisme (de materie is weliswaar onafhankelijk van het menselijk bewustzijn, maar is geschapen door een geestelijk/goddelijk wezen).

Oorspronkelijk was Bildung een theologisch begrip: je moest je vormen naar Gods beeld. De theologische inhoud verdween echter en Bildung kreeg een algemene morele en ethische betekenis. En die betekenis heeft Bildung nog steeds.

Bildung vertegenwoordigt de complexiteit van het echte leven. In tegenstelling tot onze (materialistische) reductionistisch wetenschappelijke benadering van educatie (educare is latijn voor opvoeden: uitlokken tot ontwikkeling, w.o. onderwijzen) waarvoor leren en opvoeden een functie hebben (de mens als machine) ten behoeve van de ‘soortelijkheid’ van de mens. Bildung heeft waarde in zichzelf, heeft te maken met vrijheid, waardigheid, met esthetica, met spiritualiteit, met authenticiteit, zo je wilt idiosyncrasie, met moraliteit.

De mens is geen machine. We zijn echter wél opgegroeid en gevormd met de reductionistische benadering van educatie. We komen half van school af, we bevinden ons half op ons werk, we zijn slechts half klaar voor de eigen tijd. De activiteiten van Aardbron masseren de geest in de machine om heel klaar te zijn voor de eigen tijd. Hoe kunnen we klaar zijn voor de toekomst en voor altijd, als we half klaar zijn voor de eigen tijd? Er is een inhaalslag op het gebied van Bildung noodzakelijk.

Beleving van verbinding

Alles is met alles verbonden. Wie spreekt en denkt daar niet over? Is het waar? Of is het gewoon het eerste axioma voor Nieuwe Hoop? Áls het waar is, moet ik er ook iets van voelen en iedereen moet het kunnen ontdekken. Één-zijn met al wat is. Vóel ik iets van ‘oneness’? Of vóelt het als ik eerlijk ben, tóch dat het allemaal iets buiten mij is, iets wat ik kan gebruiken? Wil ik graag geloven dat alles verbonden is met alles? Uit de Nieuwe Hoop lijkt een Nieuwe Geloofsethiek te komen.

Verbinding ervaren, beleven – dat is geen dagelijkse kost. We moeten er iets voor dóen. Iets doen hier kort door de bocht uitgelegd als: zorgen dat je heel veel weet, bijvoorbeeld. Van systeemtheorie, van complexiteit, van chaosdenken, van kwantumtheorie. Et cetera. Als je het weet, ga je het ook wel een keer zien. Sterker nog, dan kun je het ook gebruiken. Althans dat is wat de weters en de voorvechters van de Nieuwe Wetenschap willen doen geloven.

Verbinding lijken we inderdaad niet zo maar te ervaren en te beleven. Speciale omstandigheden vormen—naast heel veel weten—een andere mogelijkheid. Mooi voorbeeld van speciale omstandigheden zijn sportevenementen zoals het wereldkampioenschap voetbal. De straten in Nederland kleuren oranje en ‘we’ nemen ons voor dat ‘we gaan winnen’. Alle ‘naturals’ zijn oranje en doen mee.

Spontaniteit van de ervaring en de beleving van verbinding komt voor, volgens mensen die geloven in het postulaat dat alles met alles verbonden is. Navraag bij hen die geen weten nodig hebben, de gelovers, de ‘intuïtionisten’, leert me dat ervaringsvormen van verbinding voor hen zijn: intuïtie, dromen, synchroniciteit, aanvoelen, ingevingen, lichamelijke gewaarwordingen.

Ik ben noch weter, noch natural, noch intuïtionist. Dol op de godsbewijzen, blijven de vragen branden:

  • Is het waar dat alles met alles is verbonden?
  • Moeten we het weten of geloven?
  • Hebben we al die eeuwen ‘verkeerd gezeten’?
  • Hoe beleef ik verbinding?
  • Of anders geformuleerd: Hoe leef ik vanuit en in verbinding?

Reacties gráág

Vriendkunst

In Volkskrant Magazine nr. 398 van 12 januari 2008 staat het artikel “Vrienden maken doe je zo” van Evelien van Veen. Ik lees dat het Rode Kruis in samenwerking met de afdeling Preventie van de Parnassia Bavo Groep (een grote GGZ-instelling in Schiedam) vriendschapscursussen organiseert.

Er blijkt een enorme vraag: afgelopen jaar werd de cursus in zeven steden gegeven, dit jaar in vijftien. En er zijn wachtlijsten. De ene helft van Nederland klaagt volgens Evelien van Veen over haast, stress en sociale verplichtingen; de cursisten van de vriendschapscursussen bevinden zich in stilte, leegte en zeeën van tijd. Die laatste groep zou inderdaad de andere helft van Nederland wel eens kunnen zijn, zoals de formulering van Evelien van Veen suggereert.

Het geeft te denken, de behoefte aan en noodzaak tot vriendschapscurssussen. Verschrikkelijk, maar hard nodig. Boxspringers kunnen niet te lang in één doosje bijven. We moeten bewegen, schommelen en jojoën. Maar blijkbaar jojoën we gevangen in afgescheidenheid lastig of niet meer – in ieder geval niet meer alleen – omhoog naar connectiviteit…

Het vak ‘ouderkunst’ met een opvoedbewijs is al opgenomen in de verzameling van urgente vakken op onze Academie voor Levenskunst. Het vak ‘vriendkunst’ hoort daar ook bij.

Ouderkunst

Mag iedereen kinderen hebben? Of moet je voordat je aan kinderen begint er een bepaalde kunde voor hebben? Aardbron pleit voor een ‘rijbewijs voor opvoeders’ en stelt het nieuwe vak ‘ouderkunst’ voor dat opleidt tot een zogenaamd opvoedbewijs voor ouders, nannies, onderwijsgevenden, voetbalcoaches en anderen. Opmerkelijk dat googlen op ‘ouderkunde’ geen enkele hit oplevert. ‘Ouderkunst’ levert twee hits op; van een geheel andere orde evenwel…

Opvoedkunde-curricula beperken zich in hoge mate tot het object van opvoeding, het kind. Maar opvoeden gaat vooral ook over interactie, complexiteit van opvoeden (zie Ton Jörg en zie het online blad ‘Complicity’) en connectiviteit. Opvoedkunde is niet het geschikte vak voor wie in de praktijk kinderen opvoedt. Ouderkunst is dat wel.

Mag iedereen kinderen hebben? Ja, tenzij

Dat mensen niet zonder meer kinderen mogen hebben, is geen nieuwe gedachte. Marjo van Dijken bijvoorbeeld pleit voor een ingrijpen-achteraf. Eerst moeten de ouders bewijzen dat zij niet voor hun kinderen kunnen zorgen en dan zouden zij geen kinderen meer mogen nemen/hebben.

En van groepen mensen zoals zwakbegaafden en zwakzinnigen kunnen we verwachten dat zij niet voor hun kinderen kunnen zorgen—zij mogen dus geen kinderen. Achteraf bepaling en bepaling met zekere inschatting vooraf, iedereen mag kinderen hebben, tenzij, derhalve. Het gespreksprogramma Soeterbeeck van RKK besteedde 31 januari 2006 hieraan aandacht.

Mag iedereen kinderen hebben? Ja, mits

Aardbron wil het debat opnieuw aanslingeren en pleit voor een verbod op het ‘nemen van kinderen’ dat voor iedereen geldt, niemand uitgezonderd. Wie echter een opvoedbewijs heeft, is vrij om kinderen te nemen. Iedereen mag kinderen hebben, mits, derhalve. Kindertoeslag en –bijslag zijn voor haar en hem die opvoedbewijs en kinderen hebben.

Het idee dat aanstaande ouders aan kwaliteitscriteria moeten voldoen is bij wet opgenomen met betrekking tot adoptie. Dáár wel. Waarom hebben we het geregeld dat adoptie-ouders aan criteria moeten voldoen en ‘gewone’ ouders niet?

En als we dat regelen, als we ouderkunst afgerond met een opvoedbewijs verplicht stellen, hoeveel zouden de kosten dalen voor kinderbescherming en de opvang van lichamelijk, geestelijk verwaarloosde, mishandelde, kinderen?

Wat kost de samenleving de schade die ouders hun kinderen bewust en onbewust berokkenen? Daarbij is een onberekenbare multiplier dat opvoedingsschade generaties lang doorgegeven kunnen worden.

Het vak ouderkunst voorkomt deze schade aanzienlijk. Op de nieuwe Academie voor Levenskunst is ouderkunst een van de eerste vakken.

Nagekomen d.d. 10 januari 2008: steun voor idee ‘ouderkunst’ en opvoedbewijs
Dat het vak ‘ouderkunst’ en het opvoedbewijs nog niet zulke gekke ideeën zijn, vindt steun in de waarschuwing van Steven Pont vandaag in de Volkskrant (10 januari 2008). Steven Pont, ontwikkelingspsycholoog en gezinstherapeut, waarschuwt dat zogenaamde ‘hyperouders’ (ouders die overbeschermen) geestelijk ongezond en onvolwassen kinderen voortbrengen. Zij kweken wat zij vrezen: kinderen die het moeilijk hebben in hun volwassen jaren.

Fascinerende illustratie is inderdaad de bevinding van Michael R. Liebowitz (hoogleraar psychiatrie aan Columbia University): een groot deel van de patiënten met paniekstoornissen blijkt kind van hyperouders.

Steven Pont heeft zelf een indicatief onderzoek gedaan in Nederland. Een aanzienlijk deel (bijna één op de vijf) van de ouders die hun kroost bij de kinderopvang onderbrengen is overbeschermer. Gevraagd naar de kwaliteiten van die kinderen, geven de pedagogische professionals van de kinderopvang als antwoord dat de kinderen zich onzeker, snel schuldig, zenuwachtig, onzelfstandig, verlegen voelen. De kinderen worden belemmerd in hun ontwikkeling. Symptomen: bangelijkheid, verminderde motorische ontwikkeling, minder durven en gebrek aan algemene zelfredzaamheid.

Het vak ‘ouderkunst’ en het opvoedbewijs gelden niet alleen ter voorkoming van verwaarlozing (onderbescherming). Overigens komt verwaarlozing minder voor.

In dezelfde Volkskrant wordt verderop melding gemaakt dat BNN jonge stelletjes (17 tot 20 jaar) op tv dag en nacht vader en moedertje laat spelen met een baby, een peuter, een schoolkind en een puber. Het experiment (zeg maar: stage van het vak ‘ouderkunst’) ouderschap oefenen duurt voor de koppels drie weken. Via camera’s worden ze gevolgd bij hun confrontatie met alle aspecten van het ouderschap. In het programma ‘Baby te huur’, vanaf zondag 20 januari zijn de koppels acht afleveringen lang te volgen van 21.20 uur tot 22.05 uur op 3. Op de site van BNN staat: “BNN stoomt vier tienerstellen met een kinderwens klaar voor het echte leven. Overleven ze de poepluiers of blijven ze voorlopig toch nog even kinderloos?”

Zijn er duidelijker signalen van een sterke behoefte tot het vak ‘ouderkunst’ met een stage? En tot een opvoedbewijs?

Wat zien we?

Veel komt onverwacht. Voor een generatie voor ons was dit al een volkswijsheid en uit die tijd stamt ongetwijfeld het tegeltje: “Van het concert des levens heeft niemand een program”. Je weet niet wat er gebeurt. Herman Finkers zegt zo mooi:

…Een mens doet in in zijn leven soms dingen waarvan hij achteraf zegt: ‘Dat had ik anders moeten doen.’ Maar ja, ‘weet alles maar eens achteraf‘. Kúnst als je alles achteraf weet.

Onvoorspelbaarheid is een kwaliteit van het leven die over het algemeen niet bijzonder geliefd is. Liever houden we de dingen in onze hand. De klassiek-wetenschappelijke houding heeft ons lange tijd daarbij geholpen met alle waardevolle vruchten van dien. Het lijkt er echter alleszins op dat die houding ‘op’ is. Het begint ons aan écht plezier en écht geluk te ontbreken.

We zijn in een zoekende tijd beland waarin de steun van de uit eerdere tijden stammende grote instituties ons weinig vertrouwen inboezemt. We hebben immers ervaring met de beperkende effecten van specialisatie en fragmentatie die het klassiek-wetenschappelijk en materialistische denken met zich meebrengen. We zoeken óns plezier en óns geluk in ónze tijd. En we zoeken het geheel.

Thema’s als zingeving, betekenis, authenticiteit, intentie, spiritualiteit, waarden en normen, complexiteit, open source en dynamische systemen vormen de witte koppen op de golven van ons zoeken.

Eén thema springt naar voren bij óns plezier en óns geluk: connectiviteit. Verbinding met jezelf, de ander en de omgeving, het universum. Bij dit thema voelen we de belofte dat als we ons bewust zijn van connectiviteit, we in staat zijn om te gaan met onvoorspelbaarheid. Wetten van dit bewust zijn zijn aandacht en zelf-organisatie.

Het bewust zijn van connectiviteit is het terrein van levenskunst. Oude instituties kunnen ons hierin echter niet verder helpen. Er is behoefte aan nieuwe. Daarom neemt Aardbron het voortouw voor de Academie voor Levenskunst. Van Peter Block hebben Martien van Steenbergen en Gaston Vilé geleerd:

‘Het antwoord op Hoe? is Ja’.

De Academie voor Levenskunst derhalve. Hoe? Ja!

Feedback van de deelgevers van het eerste uur

11 december organiseerden Martien en ik vanuit Aardbron onze eerste samenscholing bij Seats2Meet. In de voorbereiding werd duidelijk dat de deelnemers van onze samenscholingen geen deelnemers zijn in de oude zin van het woord. Martien begon hen deelgevers te noemen. Een stukje bevrijd van het gewone, streepten we opgelucht de term deelnemer door en spreken we vanaf dat moment van harte van deelgever.

Alle deelgevers vulden op het eind een evaluatieformulier in. Uit de evaluatieformulieren blijkt het volgende.

p2p-break-1.jpg

Energie
80% van de deelgevers gaat met meer energie naar huis en ruim 13% gaat met evenveel energie weg als zij of hij is gekomen. Net geen 7% gaat met minder energie weg.

Beeld Peer-to-Peer, Nieuwe beschaving en Holacratie
Na de samenscholing geeft 60% van de deelgevers aan dat zij tenminste een goed beeld van Peer-to-Peer en de Nieuwe Beschaving hebben. Bijna 27% is neutraal en de overige ruim 12% heeft hiervan nog geen goed beeld. Met betrekking tot Holacratie geeft eenderde aan dat zij hiervan tenminste een goed beeld hebben. De meeste deelgevers (bijna 47%) hebben noch een goed noch geen beeld van Holacratie. 20% zegt geen beeld te hebben.

Kijken naar de toekomst van organisatie en samenleving
Voor ruim eenvierde van de deelgevers is de blik naar de toekomst van organisatie en samenleving veranderd. Voor 40% is die blik niet veranderd. De overige deelgevers nemen een neutrale positie in.

p2p-break-2.jpg

Vertaling naar de praktijk van alledag
Iets meer dan de helft van de deelgevers wil weten hoe dit concept in zijn of haar dagelijks werk en leven toe te passen is. Bijna 27% hoeft dit niet te weten en 20% is neutraal over dit wel of niet willen weten.

Met betrekking tot de samenscholing is de deelgevers gevraagd of het leren van elkaar voldoende ruimte heeft gekregen, zij goede nieuwe ideeën hebben ontvangen, of zij nieuwe mensen hebben leren kennen en of ze de samenscholing als traumatisch hebben ervaren.

Voor 60% heeft het leren van elkaar voldoende ruimte gekregen; voor eenderde van de deelgevers niet. Tweederde van de deelgevers heeft goede nieuwe ideeën ontvangen, iets meer dan een kwart is hierover neutraal en bijna 7% heeft geen goede nieuwe ideeën ontvangen. Ruim de helft heeft nieuwe mensen leren kennen, bijna 7% heeft geen nieuwe mensen leren kennen. De overige deelgevers zijn neutraal. Voor geen der deelgevers was de samenscholing traumatisch.

p2p-peters.jpg

Tijd te kort
De meeste deelgevers (ruim 85%) vinden dat deze samenscholing een meerdaagse workshop verdient. De overige deelgevers vinden dit niet.

Gemiddelde score
De gemiddelde score op de 5-punts-schaal is 3,3. Hoogste gemiddelde score (4,2) is voor het met meer energie weer naar huis gaan, gevolgd door de gelijke scores (3,9) voor het ontvangen van goede nieuwe ideeën en voor de beoordeling dat deze samenscholing een meerdaagse workshop verdient.

Gouden tips
We vroegen ook naar een Gouden Tip, het was tenslotte onze eerste keer. De Gouden Tips blijken warme harten onder de riem: ga door met inspireren, doorgaan, zorg voor continuïteit van deze samenscholingen. Maar ook: (nog) meer interactie, balanceer theorie, praktijk en beleving uit.

Deelgevers van het eerste uur, dank je wel. 11 december is een wonderbaarlijke opmaat naar de volgende samenscholing geworden. Zeker met de krachtige symbolen die jullie aan het eind deelden: olympische fakkel/vuur, kaars, (Japanse) kersenbloesem en de euro. Hoofd in de wolken, voeten in de klei.

Lees ook Martien’s verslag

We zijn bijzonder verguld met de mooie terugkoppeling van Jos Peters, Joke Lunsing en Maarten Visser.

Geld

Arnold Heertje over geld (uit zijn in 2006 verschenen Thijmessay “Echte economie. Een verhandeling over schaarste en welvaart en over het geloof  in leermeesters en lernen.”):

blz. 36: “Het invoeren van het geld is een handig hulpmiddel om een deel van het economische proces te organiseren. De transactiekosten van de ruil worden er aanzienlijk door verlaagd. Maar de invoering van het geld blijft een abstractie. Bij het kopen van een modieuze japon van 500 euro, gaat het om het subjectieve nut dat de japon oplevert. Over de prijs kan men twisten, niet over de smaak. De prijs is een instrumentele schijnobjectiviteit, die de transactie versoepelt, doch de aandacht afleidt van de subjectieve behoeftebevrediging. Ook het ontvangen van een geldinkomen is een rookgordijn, waarachter vreugde en verdriet verbonden met het verrichten van arbeid schuilgaat.”

blz 37: “Toch heeft het misverstand postgevat dat economisch op één lijn staat met financieel. […] Het misverstand is ernstig omdat in de publieke sfeer beslissingen over de ruimte worden genomen op basis van wat men noemt rationele calculaties van de financiële opbrengsten van bedrijfsterreinen, havens, woningen en kantoorgebouwen. Daar de betekenis van niet-reproduceerbare goederen zoals unieke natuurgebieden en historische gebouwen, boerderijen en monumenten niet-calculeerbaar is, worden deze componenten van de welvaart als irrationeel terzijde geschoven